De wereldwijde energiemarkt op 6 juni 2026 vertoont een recordvolatiliteit tegen de achtergrond van geopolitieke spanningen in de Straat van Hormuz en een veranderende balans tussen vraag en aanbod. Brent- en WTI-oliekoersen schommelen rond de niveaus van respectievelijk 85 en 80 dollar per vat, gesteund door zorgen over verstoringen van de leveringen en de groeiende vraag uit de regio Azië-Pacific. De sector van vloeibaar aardgas (LNG) maakt een periode van structurele herstructurering door: Europese opslagplaatsen zijn voor 75% gevuld en Aziatische kopers breiden hun langetermijncontracten uit, met prijzen op 12-13 dollar per MMBtu. Olieraffinaderijen in de VS en Europa draaien op ongeveer 80% capaciteit, wat een stabiele raffinagemarge weerspiegelt, maar de stijging van de prijzen voor diesel en benzine stimuleert overheden tot het invoeren van tijdelijke prijsplafonds. De kolenlogistiek blijft knelpunten ervaren door een afname van de capaciteit van spoorwegen in Australië en Indonesië, waardoor de prijzen voor steenkool boven de 130 dollar per ton stijgen. In de elektriciteitssector leveren hernieuwbare energiebronnen (HEB) een recordaandeel van 35% van de wereldwijde opwekking, terwijl investeringen in energie verschuiven naar zonne- en windenergie en energieopslagsystemen. Het nieuws over olie en gas en energienieuws van deze week wijst op toenemende concurrentie tussen traditionele en koolstofarme technologieën, wat een nieuw landschap voor de energiesector vormt. Rusland behoudt zijn status als grote exporteur van olie en gas, maar heroriënteert zijn stromen naar het Oosten, en de OPEC+-landen bespreken de mogelijkheid om de vrijwillige productieverminderingen te verlengen. Over het algemeen wordt 6 juni 2026 een datum die de overgang naar een multipolair model van de wereldwijde energiemarkt markeert, waarbij het machtsevenwicht verschuift van het Westen naar Azië en het Midden-Oosten.